Syndroom van Tietze behandeling

Het syndroom van Tietze geneest meestal vanzelf. Een medicijn dat de ontsteking van het kraakbeen sneller laat verdwijnen, bestaat niet. De behandeling richt zich daarom op twee dingen: minder pijn en zo normaal mogelijk blijven bewegen. Op deze pagina leest u wat u zelf doet tegen de pijn, welke pijnstillers geschikt zijn, welke behandelingen een arts nog heeft en wanneer u beter opnieuw naar de dokter gaat.
Wat u van de behandeling mag verwachten
Bij de meeste mensen verdwijnen de klachten na enkele weken tot maanden. Sommige mensen houden langer last, soms een tot twee jaar. De klachten komen soms ook terug nadat ze al over waren. Ook dan verdwijnen ze meestal weer vanzelf.
Een zwelling naast het borstbeen blijft vaak nog even zichtbaar, ook als de pijn al minder is. Dat is geen teken dat de behandeling niet werkt. Lees meer over de symptomen van het syndroom van Tietze.
Eerst zeker weten dat het Tietze is
Pijn op de borst heeft veel mogelijke oorzaken, waaronder problemen met het hart of de longen. Een arts stelt de diagnose Tietze op basis van uw verhaal en lichamelijk onderzoek. Typisch is pijn en drukpijn op de overgang van een rib naar het borstbeen, vaak met een zwelling. Op een röntgenfoto en in het bloed is Tietze niet te zien. Een arts gebruikt zulke onderzoeken dus vooral om andere oorzaken uit te sluiten.
Bel direct 112 bij een zwaar, drukkend gevoel op de borst dat niet weggaat als u rustig zit. Zeker als u daarbij zweet, misselijk, duizelig of kortademig bent, of als de pijn uitstraalt naar uw arm, kaak of nek. Ook als u eerder de diagnose Tietze kreeg: nieuwe of andere borstpijn verdient altijd aandacht.
Wat u zelf doet tegen de pijn
Blijf bewegen
Rust houden helpt niet. Gewoon bewegen kan geen kwaad, ook als het soms pijn doet. Werk, huishouden en wandelen gaan dus meestal gewoon door. Merkt u dat een bepaalde beweging de pijn duidelijk erger maakt? Doe die dan een tijdje minder. Denk aan zwaar tillen, een zware rugzak dragen of intensief sporten met de armen en borst. Bouw die activiteiten stap voor stap weer op zodra de pijn afneemt.
Koude of warmte
Een koudekompres op de pijnlijke plek vermindert bij veel mensen de pijn. Leg het bijvoorbeeld drie keer per dag 10 tot 15 minuten op de plek. Wikkel het altijd in een handdoek, zodat het niet aan uw huid vastvriest. Anderen hebben juist meer baat bij warmte, zoals een warm kompres. Probeer zelf wat voor u het beste werkt.
Let op houding en ademhaling
Veel mensen met pijn op de borst ademen onbewust oppervlakkig, om de pijn te ontwijken. Probeer rustig door te ademen. Een rechte rug en ontspannen schouders geven minder druk op de borstkas, waardoor bewegen vaak minder pijn doet.
Stress maakt de pijn bij veel mensen erger. Ontspannings- en ademhalingsoefeningen helpen dan om de spanning te verminderen. Wel zo eerlijk: er bestaan geen speciale oefeningen waarvan vaststaat dat de klachten er sneller door overgaan.
Pak hoesten en niezen aan
Veel hoesten belast het kraakbeen tussen ribben en borstbeen. Luchtweginfecties staan daarom ook bij de mogelijke oorzaken van het syndroom van Tietze. Hoest u al langere tijd, of niest u veel door bijvoorbeeld een allergie? Bespreek dan met uw huisarts of de oorzaak daarvan te behandelen is. Zolang u blijft hoesten, krijgt de borstkas weinig rust om te herstellen.
Pijnstillers bij Tietze
Pijnstillers genezen Tietze niet, maar maken bewegen en slapen vaak wel makkelijker. Huisartsen adviseren meestal deze volgorde:
- Begin met paracetamol. Paracetamol geeft weinig bijwerkingen. Houd u aan de dosering op de bijsluiter.
- Helpt dat niet genoeg? Neem dan een ontstekingsremmende pijnstiller. Artsen noemen deze middelen NSAID’s. Voorbeelden zijn ibuprofen, diclofenac en naproxen. Gebruik ze niet langer dan nodig, en liefst niet langer dan twee weken achter elkaar.
- Een ontstekingsremmende gel of zalf op de pijnlijke plek is een andere mogelijkheid. Let op huidreacties zoals roodheid of jeuk.
NSAID’s geven vaker bijwerkingen, vooral aan maag, nieren en hart. Vraag daarom eerst uw huisarts of apotheker om advies als u ouder bent dan 60, maag-, darm-, hart-, vaat- of nierproblemen heeft, andere medicijnen gebruikt (zeker bloedverdunners) of ooit allergisch reageerde op een NSAID. Dat geldt ook voor een ontstekingsremmende gel. Heeft u na ongeveer tien dagen nog steeds een NSAID nodig? Overleg dan met uw arts.
Wat de arts nog kan doen
Blijft de pijn ondanks deze maatregelen hevig, dan heeft de arts nog enkele mogelijkheden. Soms verwijst de huisarts u daarvoor door naar een specialist.
Een injectie op de pijnlijke plek
De arts spuit dan een corticosteroïd in, een sterke ontstekingsremmer zoals prednison. Vaak gebeurt dat samen met een plaatselijk verdovingsmiddel. Er is weinig goed onderzoek naar deze behandeling. In een Turks onderzoek uit 2021 kregen 28 patiënten met Tietze zo’n injectie. Na een week had driekwart van hen meer dan 70% minder pijn. Dat klinkt gunstig, maar het onderzoek was klein, keek achteraf naar dossiers van één ziekenhuis en had geen vergelijkingsgroep. Het is dus niet zeker hoeveel van die verbetering door de injectie kwam. De resultaten passen wel bij de ervaring van artsen, die de injectie inzetten als pijnstillers en zelfzorg onvoldoende helpen.
Kinesitherapie
Houden de klachten lang aan, dan helpt een kinesitherapeut om de ribben en de bovenrug weer soepeler te laten bewegen. Ook oefeningen voor houding en ademhaling horen daarbij.
Behandeling bij een pijnkliniek
Bij hevige pijn die lang blijft, is een verwijzing naar een pijnkliniek mogelijk. Daar zijn soms andere behandelingen beschikbaar, zoals een zenuwblokkade of TENS. Bij TENS geeft een klein apparaatje via plakkers op de huid lichte elektrische prikkels af, die de pijn dempen.
Wanneer opnieuw naar de huisarts?
Maak een afspraak bij uw huisarts als:
- De pijn na enkele weken niet minder wordt, of juist erger wordt.
- U na ongeveer tien dagen nog steeds een ontstekingsremmende pijnstiller nodig heeft.
- U door de pijn slecht slaapt of uw werk niet goed meer kunt doen.
- De klachten anders aanvoelen dan eerst, bijvoorbeeld op een andere plek of met andere verschijnselen.
Deze pagina geeft algemene informatie en vervangt geen persoonlijk advies van uw arts.